166692 bezoekers
 

Protocol Leerlingenvervoer

 

Met dit protocol wordt beoogd voorschriften te geven aan het schoolbestuur, personeel, ouders c.q. vrijwilligers en andere partijen die het leerlingenvervoer verzorgen, teneinde daarmee de verkeersveiligheid van leerlingen zoveel mogelijk te waarborgen.

Wettelijke regels die van toepassing zijn op leerlingenvervoer, zoals omschreven in de Wegenverkeerswet, de Wet Personenvervoer en de Regeling Zitplaatsverdeling Bussen en Auto’s (ingaande per 1 september 2002) vinden hun weerslag in dit protocol.

 

De directie draagt zorg voor zowel het bekendmaken van dit protocol aan de betrokken partijen als wel  toezicht op de naleving van dit protocol door die partijen.

 

1. Definities

 

In dit protocol wordt verstaan onder:
 

a.      Regulier leerlingenvervoer:  het door de school georganiseerd groepsvervoer

             van leerlingen. Hieronder wordt uitdrukkelijk niet verstaan het vervoer van

             de eigen kinderen door de ouders van en naar school.

b.    Verzekering: zowel een WA verzekering als een inzittendenverzekering.

 

Verkeersregels

De chauffeur houdt zich aan de verkeersregels. Met name aan de maximumsnelheden.

 
VERVOER.
 
Georganiseerd door busmaatschappij.
 
De vervoersmaatschappij heeft een veiligheidskeurmerk.
‘s Ochtends verzamelen de leerlingen zich in de klas. De absentielijst wordt bekeken en ingevuld, eventuele absenten worden aan
de coördinator doorgegeven.
De begeleiders nemen hun groepje mee naar de gereedstaande bus. Van tevoren is bekend in welke bus plaatsgenomen moet
worden.

De directie vergewist zich van een deugdelijke verzekering door deze maatschappij.

 

In de bus.

      
Wettelijke regels omtrent het aantal kinderen op de stoelen strikt navolgen. Ieder kind zit op een eigen stoel.  
De leerkracht bepaalt waar iedereen in de bus gaat zitten. Dit zal in veel gevalleen vrij gelaten worden, maar waar dit niet kan beslist
de leerkracht.
In de bus zit tenminste één leerkracht per school. Die controleert het aantal leerlingen. De overige begeleiders zitten verspreid door
de bus en houden mede toezicht. De begeleider van het groepje is ook verantwoordelijk voor het gedrag van de kinderen in de bus.

Alle kinderen blijven zitten. Er wordt niet onnodig in de bus gelopen.

De kinderen mogen niet op de eerste stoel en op de middelste stoel van de achterbank i.v.m. voorover vallen bij plotseling remmen.

De regels en wensen van de chauffeur worden nagevolgd.

Na afloop telt elke begeleider zijn/haar eigen groepje.

Er moet altijd een extra auto mee voor eventuele doktersbezoeken, calamiteiten, enz.

 

Vervoer met auto’s.
 

De bestuurder heeft een inzittendenverzekering.

De gordel moet om. Geen gordels aanwezig, geen kinderen vervoeren. Het aantal gordels bepaalt het aantal kinderen.

Kinderen die voorin plaatsnemen hebben de wettelijke verplichte lengte. (twaalf jaar of onder de twaalf jaar met een lengte van 150
cm of langer)

Géén leerling op de voorstoel, tenzij jonger dan 12 jaar, maar groter dan 1,5 meter en in de gordel.

Er wordt op gelet dat de kinderen de gordel onder het rijden niet afdoen.

Ouders hebben in ieder geval een routebeschrijving.

De kinderen dienen op een veilige plaats in- en uit te stappen: aan de

trottoirkant of, als er geen trottoir is, in de berm. Begeleiders dienen zelf ook

altijd uit te stappen.

Er wordt niet in colonne gereden maar er worden afspraken gemaakt over de te rijden  route en eventuele rustplaatsen.

Bij voorkeur is er in ieder vervoermiddel naast de chauffeur een begeleider aanwezig.

Indien aanwezig, wordt er gebruik gemaakt van kindersloten.

 

Vervoer per fiets.
 

Alleen kinderen uit groep 7 en 8 gaan op een degelijke fiets. Hierbij is er minimaal een begeleider per 10 leerlingen.

De begeleiders fietsen ‘tussen’ de groep. De leerkracht fietst voorop en een ouder sluit de groep af. Als er moet worden
overgestoken blokkeren de leerkracht én een ouder de rijweg. De ouders begeleiden het oversteken.

Bij ieder ‘verzamelmoment’ controleert de leerkracht alle kinderen op aanwezigheid.

Voor het vertrek worden alle leerlingen weer geteld.

Er wordt gebruik gemaakt van veiligheidshesjes.

De fietsen van alle deelnmers dienen aan de wettelijke eisen te voldoen en in goed werkende staat te verkeren.

 

Vervoer lopend.
 

Minimaal één leerkracht per groep met ondersteuning van voldoende ouders.

Kinderen lopen twee aan twee (eventueel hand in hand) en blijven in de rij lopen.

Eén ouder vooraan en één ouder achteraan.

Leerkracht en ouder blokkeren de rijweg bij oversteken.

 

 

Zelfstandig naar de locatie onder verantwoordelijkheid van de ouders.

 
Een leerkracht is op de plaats van de activiteit aanwezig. De kinderen melden zich bij hem/haar.

Kinderen mogen pas weer naar huis na afmelding bij de leerkracht.

De verantwoordelijke leerkracht blijft op de plaats van de activiteit tot de laatste leerling deze locatie met toestemming van de
leerkracht heeft verlaten.